2013 - Wim van der Beek - Meppeler Courant - Zwart & Wit en een beetje kleur

Ingo Fröhlich en Francis Konings

Het onderscheid tussen figuratie en abstractie is soms flinterdun. Dat blijkt opnieuw uit de potlood-tekeningen van Ingo Fröhlich die in Galerie Hein Elferink (Staphorst) te zien zijn. Soms zijn ze gebaseerd op non-figuratieve lijnstructuren. In andere gevallen zijn ze te herleiden tot concrete waarnemingen. Zo is de natuurlijke oorsprong in de cyclus ‘Landschaften La Sagnyere’ evident, terwijl de lijnvoering in de serie ‘Flechten’ afgeleid is van de nervenstructuur van bladeren. 

De lijnen gaan vloeiend in elkaar over en vormen samen een patroon dat als basisdesign voor modieuze stoffen zou kunnen fungeren. Veel grilliger en krachtiger zijn de gekraste lijnen in een aantal tekeningen zonder titel. De gearceerde lijnen vormen vierkante vlakken die naast en gedeeltelijk over elkaar heen zijn gezet.

Willekeurig is de lijnvoering in de tekeningen van Fröhlich nooit. De Duitse kunstenaar hecht veel
waarde aan structuren en patronen, maar maakt ze wel ondergeschikt aan het grote geheel van de com- positie. In zijn gelaagde tekeningen zorgen knooppunten, overlappingen, raakvlakken en door-kruisingen van vormen en lijnen voor visuele spanning. Kleur speelt in de zwartwit tekeningen geen rol. Ook wanneer de kunstenaar zich baseert op natuurbeleving blijft zijn fascinatie voor herhalingspatronen en structuren overeind.

De tekeningen met landschappelijke elementen worden gekenmerkt door een trefzekere tekenhand en een schetsmatige opzet, maar evenals in de andere tekeningen blijven vormherhaling en abstracte ordening bestaan.

Evenals Ingo Fröhlich heeft ook Francis Konings een voorkeur voor zwartwit tekeningen. Wanneer zij kleurpotloden gebruikt, doet zij dat uitsluitend in monochrome tekeningen. Ze zijn volledig roze of groen. Basisgegeven voor haar recente werk is de incomplete stad. Aanvankelijk fixeerde Konings zich hoofdzakelijk op gebombardeerde steden in voormalig Oost- en West- Duitsland. Later kwamen daar te- keningen van verwoeste steden in andere delen van de wereld bij. Het stadsbeeld wordt bepaald door de merkwaardige complementariteit die zich in de compositie manifesteert tussen vorm en restvorm.

Het wit van de beelddrager (dat zijn de oningevulde delen van het papier) neemt evenzeer een vorm aan als het deel dat met potlood is ingevuld. Vorm en contrastvorm dragen in dezelfde mate bij aan de beeldvorming van de verwoeste stad. Soms rijzen delen van gebouwen op vanuit blanco beeldfrag- menten, soms krijgen ze gestalte door de contouren van de tekening.

Lichtval
Door de bijzondere complementariteit van de vormen ontstaat een speciale lichtval. De verwoestingen worden nooit zwaar aangezet. Vaak worden ze uitsluitend gesuggereerd door de afwezigheid van vorm en bouwvolume. Daardoor krijgen de tekeningen geen dramatische lading. In enkele recente tekeningen is de lijnvoering veranderd. Werkte Konings aanvankelijk nog met beeldvlakken, in nieuw werk bestaat de compositie uit een kluwen van fragiele en krioelende lijnen. Opvallend is ook dat stadsdelen die geografisch gezien niet bij elkaar horen, gecombineerd zijn tot nieuwe denkbeeldige steden. In haar monochrome kleurpotloodtekeningen fixeert Konings zich op registraties van bloemen en planten. Die zijn keurig geordend tot overzichtelijke beelden waarin natuurlijke vormen gebruikt worden als motieven. Door de herhaling ervan raken de vormen los van hun oorspronkelijke functie en betekenis.