2008 - Daan Van Speybroeck - Expositie aula Radboud Universiteit Nijmegen

De tekeningen van Francis Konings bieden een bijzondere ervaring van de stad
 

Lieten ze aanvankelijk mediterrane huizengroepen zien, de laatste tijd is daar verruiming in gekomen, niettemin weten ze de sfeer die de groepering tot een stad maakt, steeds goed te vatten.

De stad wordt van bovenaf getoond, vanuit de verte, wat niet belet dat de kijker er deel aan heeft, er in opgenomen wordt. Dit heeft onder andere te maken met de transparantie van de gebouwen – als het ware tot hun geraamte herleid. Slechts uitzonderlijk worden ramen in de gevels aangebracht. Via een dergelijk lijnenspel is niet veel meer dan de structuur, de omtrek van de gebouwen te zien en wordt een stratenplan gesuggereerd. Het volgebouwd zijn van de stad zo iel presenteren, wordt aangescherpt door mensen noch auto’s in de tekening op te nemen. Hij ligt er helemaal verlaten, verstild bij, als het ware tot zijn essentie teruggebracht zonder zijn eigenheid te verliezen. En deze stilte en ielheid, de zuiverheid van de situatie, nodigt uit zich in de stad te begeven en zich in haar sfeer onder te dompelen. Maar niet als mens die komt verstoren; wel om luchtig als een soort geest in de straten te hangen.

Naast het spel met de ruimte, wordt in de tekeningen eveneens een tijdsdimensie binnengebracht. Diverse werken laten een historische gelaagdheid zien – enigszins zoals in steden nieuwe gebouwen feitelijk bestanddelen van oude gebouwen in zich opnemen en hergebruiken. Maar hier behoudt het oude een eigen autonomie, blijft het voortbestaan en wordt het niet tot de bruikbaarheid van een aantal van zijn onderdelen herleid. In plaats van elkaar te gebruiken, grijpt veeleer een elkaar doordringen plaats. En de geschiedenis houdt niet op bij wat geweest is en wat is: er sluipt een virtuele dimensie in de stedenbouw met zicht op hoe het had kunnen zijn, of hoe het op termijn misschien zal worden.

De dimensies tijd en ruimte die in de tekeningen van Francis Konings vorm krijgen, blijven in hun structureren van de stedelijke omgeving soms dicht bij de bestaande realiteit, op het illustratieve af. Elders wordt verregaand geabstraheerd en worden bepaalde patronen subtiel herhaald. Maar rationeel uitgebalanceerd wordt het nooit. Zoals de steden groeien en hun grondpatroon uitdijt, bijna organisch en sterk intuïtief, zo lijken de tekeningen tot stand te komen: de kunstenaar laat, na zorgvuldige een bepaald zwart potlood te hebben uitgekozen, haar tekenvaardige hand over het papier glijden – de stilte in het leven roepend. En in het zinderen van de zwarte lijnen op het witte papier, lijkt het op dit ene onbeweeglijke moment, dit ene ogenblik van rust, evenwicht en stilte waarop, boven de stad, de zon in het zenit staat.