Tekeningen in de aula van Radboud Universiteit Nijmegen

De tekeningen van Francis Konings (1956) bieden een bijzondere ervaring van de stad.
Lieten ze aanvankelijk mediterrane huizengroepen zien, de laatste tijd is daar verruiming in gekomen, niettemin weten ze de sfeer die de groepering tot een stad maakt, steeds goed te vatten.

De stad wordt van bovenaf getoond, vanuit de verte, wat niet belet dat de kijker er deel aan heeft, er in opgenomen wordt. Dit heeft onder andere te maken met de transparantie van de gebouwen – als het ware tot hun geraamte herleid. Slechts uitzonderlijk worden ramen in de gevels aangebracht. Via een dergelijk lijnenspel is niet veel meer dan de structuur, de omtrek van de gebouwen te zien en wordt een stratenplan gesuggereerd. Het volgebouwd zijn van de stad zo iel presenteren, wordt aangescherpt door mensen noch auto’s in de tekening op te nemen. Hij ligt er helemaal verlaten, verstild bij, als het ware tot zijn essentie teruggebracht zonder zijn eigenheid te verliezen. En deze stilte en ielheid, de zuiverheid van de situatie, nodigt uit zich in de stad te begeven en zich in haar sfeer onder te dompelen. Maar niet als mens die komt verstoren; wel om luchtig als een soort geest in de straten te hangen.

Naast het spel met de ruimte, wordt in de tekeningen eveneens een tijdsdimensie binnengebracht. Diverse werken laten een historische gelaagdheid zien – enigszins zoals in steden nieuwe gebouwen feitelijk bestanddelen van oude gebouwen in zich opnemen en hergebruiken. Maar hier behoudt het oude een eigen autonomie, blijft het voortbestaan en wordt het niet tot de bruikbaarheid van een aantal van zijn onderdelen herleid. In plaats van elkaar te gebruiken, grijpt veeleer een elkaar doordringen plaats. En de geschiedenis houdt niet op bij wat geweest is en wat is: er sluipt een virtuele dimensie in de stedenbouw met zicht op hoe het had kunnen zijn, of hoe het op termijn misschien zal worden. 

De dimensies tijd en ruimte die in de tekeningen van Francis Konings vorm krijgen, blijven in hun structureren van de stedelijke omgeving soms dicht bij de bestaande realiteit, op het illustratieve af. Elders wordt verregaand geabstraheerd en worden bepaalde patronen subtiel herhaald. Maar rationeel uitgebalanceerd wordt het nooit. Zoals de steden groeien en hun grondpatroon uitdijt, bijna organisch en sterk intuïtief, zo lijken de tekeningen tot stand te komen: de kunstenaar laat, na zorgvuldig een bepaald zwart potlood te hebben uitgekozen, haar tekenvaardige hand over het papier glijden – de stilte in het leven roepend. En in het zinderen van de zwarte lijnen op het witte papier, lijkt het op dit ene onbeweeglijke moment, dit ene ogen-blik van rust, evenwicht en stilte waarop, boven de stad, de zon in het zenit staat. 

Daan Van Speybroeck, kunstcoördinator UMC Radboud & Radboud Universiteit Nijmegen 2008 

De stilte in het beeld.

Onze blik dwaalt onbestemd over het landschap, over de stad of over de bedrieglijk zachte wolken als we uit een vliegtuigraam kijken. Onze blik wil zich fixeren. Een blik ‘werpen’ is ook speuren naar houvast. Visuele ankers vinden die ons betekenisvol lijken. Soms moeten die opgeslagen beelden er weer uit en dan kan een tekening ontstaan. Een werk dat overigens niet per se als doel heeft het bestaande te benaderen in de zin van mimesis. Hoewel de werkelijkheid een startpunt kan zijn, laat de kunstenaar zich toch vaak sturen door onvoorziene krachten hij neemt dan soms waar in het eigen werkproces, dat de tekening een kant op gaat die hij niet had verwacht, maar die hij wel (h)erkent in de zin van ontwikkeling en oorspronkelijkheid. [………]

De tekeningen van Francis Konings zijn evenzo ontmoetingen als ook werken van stilte. Ontmoetingen met dingen die er niet direct zijn, maar die we kunnen en mogen veronderstellen. Dat alles gebed in werken waarin de architectuur de eerste rol speelt , maar niet om fraaie vormgegeven huizen en gebouwen te tonen, meer om iets op te roepen dat wij herkennen als eenzaamheid, opgeslotenheid en tegelijkertijd ook vrijheid, omdat wij de mogelijkheid krijgen het verbeelde van bovenaf te zien en we dus weer de vlucht naar een verder zouden kunnen voortzetten. Het werk suggereert in die zin ook nieuwe wegen naar nog weer andere beelden. Hoewel je denkt vast te lopen in het beeld is er altijd weer die uitweg van een horizon of zelfs heelal.

Er gebeurt vaak “zomaar”  iets in een kunstwerk, zoals ik hierboven al aanstipte, waarvan we niet wisten dat het zou gebeuren. Het kunstwerk kan met de maker op de loop gaan. Hoe stellig een uitgangspunt ook is. Je ziet het aan de soms meanderende lijnen in het werk van Francis Konings. Soms moet de kunstenaar zichzelf dwingen tot radicale beslissingen. Die duwen het kunstwerk dan weer enigszins terug in de richting die men verwachtte. Soms is het maken van dat kunstwerk een poging , of een aanspraak om controle te krijgen over een moment, zelfs over ons leven. Francis Konings zoekt, hoe vrij haar lijnen ook over het papier lijken uit te waaieren, naar een bepaalde samenhang en zeker ook naar een visuele balans. Een samenhang die mogelijk ook de samenhang in het leven zelf betreft. Harmonie, uitleg, wat niet al, we klampen ons vast aan de overtuiging dat we door onze kunst een zekere orde opleggen aan de wanorde, die soms gelijk wordt gesteld met de wereld, de werkelijkheid en ook het kwaad. [………]

De keuze van de tekeningen in dit boek is consequent. De mens komt niet meer voor. Een enkele maal figureert een boom, of een schaduw, soms lopen huizen op surreële manier door elkaar heen en krijg je niet direct grip op hoe een en ander in elkaar zit. De perspectieven kunnen dan ook verschillen. De lijnen zijn dikker of dunner getekend alsof er op die manier meer of minder betekenis wordt gegeven aan het getekende en er toch een zekere hiërarchie ontstaat. De concentratie van vormen geeft het beeld een abstract gehalte, wat voor Francis Konings een belangrijk aspect is. Terwijl Amsterdamse gevels duidelijk aan de werkelijkheid refereren, is het fraai om te zien hoe een werk als 'Nyons' wel zeer in die abstracte richting gaat. 

Prachtig is het idee van schaduwen die over of langs de huizen lijken te bewegen en waarbij je niet kunt traceren waar ze precies vandaan komen. Ook zijn er enkele tekeningen waarin ze een gedeelte zwaarder aanzet en in die werken wordt de visuele spanning opgevoerd en speur je naar hoe het nu precies in elkaar zit. Die dualiteit maakt de tekening rijk.

De serie werken die over gebombardeerde steden gaat, is indringend en raadselachtig tegelijk. Het zijn prachtige bladen die over tragische gebeurtenissen gaan, maar dat ligt er in die precieze uitwerking met potlood nooit dik bovenop. Francis Konings sublimeert idee en uitvoering tot het werk haar handschrift heeft. Zij ziet de vernietigde stad, in haar eigen woorden, veel meer als resultaat. Dat beeld fascineert haar. Het is een fase van de ultieme stilte, als het stof is gaan liggen. Daar is het dat de stilte heerst.

Arno Kramer, delen van tekst in het boekje: Stad en Teken 2011, uitgave FK.

Witte oneindigheid.

Francis Konings verbeeldt vormen van vegetatie: de vertakkingen, woekeringen, het gebladerte en het toeval van de natuur onttrekt zij aan het veranderlijke van ruimte en tijd. Stammen en stelen, ontdaan van hun wortels, los van hun grond, worden stille structuren die veelvuldig in elkaar grijpen, zich verdichten en weer openen naar witte oneindigheid. Soms laten de kalme grijstonen van het potlood een ingehouden ritme zien van zwaarder getinte accenten. In de chaos heerst aandacht, samenhang, orde: de rusteloze orde van plantaardig leven gefilterd, getemperd, herschapen door de tekenaar.

Wim Kranendonk - Galerij van de Tekenkunst
Bij een online-expositie met Lenneke van der Goot en Joep Sterman 2017.

Zwart & Wit en een beetje kleur.

[………]

Francis Konings heeft een voorkeur voor zwartwit tekeningen.

Wanneer zij kleurpotloden gebruikt, doet zij dat uitsluitend in monochrome tinten. Ze zijn volledig roze of groen. Basisgegeven voor haar recente werk is de incomplete stad. Aanvankelijk fixeerde Konings zich hoofdzakelijk op gebombardeerde steden in voormalig Oost- en West-Duitsland. Later kwamen daar tekeningen van verwoeste steden in andere delen van de wereld bij. Het stadsbeeld wordt bepaald door de merkwaardige complementariteit die zich in de compositie manifesteert tussen vorm en restvorm. Het

wit van de beelddrager (dat zijn de oningevulde delen van het papier) neemt evenzeer een vorm aan als het deel dat met potlood is ingevuld. Vorm en contrastvorm dragen in dezelfde mate bij aan de beeldvorming van de verwoeste stad. Soms rijzen delen van gebouwen op vanuit blanco beeldfragmenten, soms krijgen ze gestalte door de contouren van de tekening.

Door de bijzondere complementariteit van de vormen ontstaat een speciale lichtval. De verwoestingen worden nooit zwaar aangezet. Vaak worden ze uitsluitend gesuggereerd door de afwezigheid van vorm en bouwvolume. Daardoor krijgen de tekeningen geen dramatische lading. In enkele recente tekening is de lijnvoering veranderd. Werkte Konings aanvankelijk nog met beeldvlakken, in nieuw werk bestaat de compositie uit een kluwen van fragiele en krioelende lijnen. Opvallend is ook dat stadsdelen die geografisch gezien niet bij elkaar horen, gecombineerd zijn tot nieuwe denkbeeldige steden. In haar monochrome kleurpotloodtekeningen fixeert Konings zich op registraties van bloemen en planten. Die zijn keurig geordend tot overzichtelijke beelden waarin natuurlijke vormen gebruikt worden als motieven. Door de herhaling ervan raken de vormen los van hun oorspronkelijke functie en betekenis.

Wim van der Beek
Tekst bij expositie in Galerie Hein Elferink met Ingo Fröhlich 2013.

Linda Karshan en Francis Konings zoomen in op rafelranden

Boven de dubbeltentoonstelling van Linda Karshan en Francis Konings zweeft een tekst van de Ierse dichter W.B. Yeats. In 'The Symbolism of Poetry' constateert hij dat ritmiek momenten van contemplatie kan vasthouden of rekken. Het gaat daarbij om een trance waarin we zowel slapen als waken. Het monotone ritme veroorzaakt een meditatieve toestand, terwijl de variaties op het thema voorkomen dat aandacht en concentratie verslappen.
In de etsen en tekeningen die Karshan en Konings exposeren in de galerie van Hein Elferink (Staphorst) wordt zichtbaar wat Yeats precies bedoelde.
[………]
In de potloodtekeningen van Francis Konings komen eveneens rafelranden en verstoringen van de bestaande orde voor. Hier gaat het om deels verwoeste en herbouwde steden en verwilderde tuinen. Opvallend is het perspectief. Zowel de gebombardeerde Duitse steden als de verwilderde tuinen zijn van bovenaf gezien. Daardoor valt extra op dat de heersende structuren in de tuinen en stedelijke bouwpatronen doorbroken zijn. In het ene geval wordt dit veroorzaakt door de natuur die de ordenende hand van de tuinier doorkruist en in het andere geval gaat het om verwoesting door oorlogsgeweld.
[………]
Fascinatie
Werkte Konings aanvankelijk vooral met beeldvlakken, in nieuw werk bestaat de compositie uit een kluwen van fragiele en krioelende lijnen. In recente tekeningen van schijnbaar ongestructureerde, verwilderde velden en tuinen wordt de fascinatie van een kluwen fragiele lijntjes verder doorgezet. Waren de bloemen en planten in ouder werk nog keurig geordend tot overzichtelijke beelden, in de nieuwste tekeningen uit 2014 boekt de schijnbare chaos terreinwinst. Het zijn deze 'ordeverstoringen' die in combinatie met de ritmiek de geest alert houden en tegelijk meditatief zijn, precies zoals Yeats het bedoelde.

Wim van der Beek
Tekst bij expositie in Galerie Hein Elferink met Linda Karshan 2014.

Verrassende interpretaties van bewegingen en structuren.

[………]
Francis Konings had tot voor kort een sterke voorkeur voor zwartwit tekeningen.
In de galerie van Hein Elferink zijn nu voor het eerst ook recente acrylschilderijen te zien. Daarin blijft de sterke band met haar potloodtekeningen overigens bestaan.
De fascinatie voor het samenspel van vorm en restvorm, die tot nu toe richtinggevend was in haar tekeningen, blijft overeind in de schilderijen, maar wordt niet een op een overgenomen vanuit de tekeningen.
De geëxposeerde tekeningen zijn gebaseerd op vegetatievormen en groeistructuren die Konings in Nederland en Spanje ontdekte.
[……….]
De acrylschilderijen zijn weliswaar gebaseerd op dezelfde vegetatiestructuren [als die van de tekeningen], maar de manier waarop die op doek zijn vastgelegd, toont aan dat een ander medium ook andere uitkomsten oplevert. Tegen een zachtroze fond komen vegetatievormen tot leven waarvan de kleurverschillen dieptewerking veroorzaken of afstand en nabijheid suggereren. De gebruikte acrylverf is sterk verdund waardoor de schilderijen aquarelachtige effecten krijgen. De composities en vormentaal behouden de signatuur van Konings. Daardoor vormen de schilderijen een interessante nieuwe stap in een ontwikkeling, die langs de weg van geleidelijkheid verloopt: logisch, onontkoombaar, complementair en evolutionair, maar niet vooraf te voorspellen.

Wim van der Beek
Tekst bij expositie in Galerie Hein Elferink met Karoline Bröckel 2016.